B2B
Account aanvragen
Iedereen weet dat als de olieprijs stijgt, het leven duurder wordt. Maar welke invloed heeft een stijgende olieprijs eigenlijk op de kosten van een onderzoekshandschoen? Wij leggen het kort uit.
Laten we beginnen bij de handschoen die het meest wordt gebruikt: nitrile. Nitrile is een synthetisch rubber. De grondstoffen komen niet van een boom of een plant, maar rechtstreeks uit de petrochemie, en dus uiteindelijk uit olie en gas. Grofweg 40 tot 50% van de fabriekskostprijs van een nitrile handschoen bestaat uit die grondstof. Wordt olie duurder, dan komt dit als eerste tot uiting in de nitrile prijs.
Vinyl wordt gemaakt van PVC, ook een product uit olie en gas. Maar PVC wordt vooral gebruikt in de bouw en in verpakkingen. Die markt heeft zijn eigen ritme, waardoor vinyl vaak iets later en wat minder scherp reageert dan nitrile.
Latex is de vreemde eend. Natuurlijk latex komt uit de rubberboom, niet uit de raffinaderij. Je zou dus verwachten dat latex zich niets aantrekt van de olieprijs. Toch beweegt latex in de praktijk gewoon mee. Dat komt door twee dingen. Ten eerste zijn energie, transport en verpakking voor alle handschoenen gelijk, of ze nu van nitrile, vinyl of latex zijn. Ten tweede zijn de drie materialen vervangers van elkaar. Wordt nitrile duur, dan stappen inkopers over op latex of vinyl. Die extra vraag trekt de prijs daar ook omhoog. De drie handschoenen werken als communicerende vaten: nitrile voorop, vinyl en latex volgen.
Niet meteen. Tussen een oliepiek en een nieuwe handschoenprijs zit doorgaans 3 tot 6 maanden. Fabrieken hebben grondstoffen op voorraad, prijzen liggen vast in contracten en containers uit Azië zijn weken onderweg. Een korte piek in de olieprijs bereikt uw factuur meestal niet. Een stijging die maanden aanhoudt wel.
Naast de olieprijs zijn ook factoren als transport, wisselkoersen en beschikbare productiecapaciteit van invloed op de kostprijs. Eurogloves volgt deze factoren nauwkeurig en speelt hierop in, met als doel een stabiel prijsbeleid te hanteren.